Islamya Anjuman Amsterdam - Ahle-Sunnah Wal-Jama'a Hanafi


Ga naar de inhoudsopgave

Uitleg soerah Yaseen

Islam

ISLAM
Op deze pagina zult u wetenswaardige artikelen vinden die het lezen waard zijn.
Tafsier Soerah Yaseen met de Korantekst.


Tafsier (uitleg) van soerah Yaseen


36. Ya Seen
Deze soerah wordt als het hart van de Koran gezien.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1. Ya Seen.
2. Bij de Koran, die vol van Wijsheid is,
3. Gij zijt inderdaad één der boodschappers
4. Op het rechte pad.
5. Dit is een openbaring van de Almachtige, de Genadevolle.
6. Opdat gij een volk moogt waarschuwen welks vaderen niet zijn gewaarschuwd endat achteloos leeft.
7. Het Woord heeft zich reeds bewaarheid ten opzichte van de meesten hunner,want zij geloven niet.
8. Wij hebben om hun hals ijzeren banden gelegd die tot aan hun kin reiken,zodat hun hoofd omhoog
geheven blijft,
9. En Wij hebben een hinderpaal vňňr hen en een hinderpaal achter hen geplaatsten Wij hebben hen
gesluierd, zodat zij niet kunnen zien.
10. En het is hun hetzelfde of gij hen waarschuwt of niet; zij willen nietgeloven.
11. Gij kunt slechts hem waarschuwen die de vermaning zou willen volgen en deBarmhartige in het
verborgene vrezen. Geef hem daarom blijde tijdingen van vergiffenis en een ruimebeloning.
12. Voorzeker, Wij zijn het Die de doden doen herleven, en wat zij doen,optekenen evenals de sporen
die zij nalaten en Wij hebben alle dingen in een duidelijk boek geschreven.
13. Geef hun de gelijkenis van de bewoners ener stad, tot en de boodschapperstot haar kwamen.
14. Wij zonden tot hen twee boodschappers maar zij verloochenden dezen waaropwij hen met een
derde versterkten en zij zeiden: “Waarlijk, wij zijn tot u gezonden.”
15. Zij (de bewoners) antwoordden: “Gij zijt slechts mensen zoals wij en deBarmhartige heeft u niets
geopenbaard; gij liegt slechts.”
16. Zij zeiden: “Onze Heer weet dat wij inderdaad tot u zijn gezonden.
17. Op ons rust slechts de duidelijke verkondiging (der boodschap).”
18. Het volk zeide: “Waarlijk, wij beschouwen u als een slecht voorteken; alsgij niet ophoudt, zullen wij
u gewis stenigen en een pijnlijke straf zal zeker onzerzijds over u komen.”
19. Zij antwoordden: “Uw onheil is bij u. Zegt gij dit omdat gij vermaand zijt?Neen, gij zijt een volk dat
alle perken te buiten gaat.”
20. En er kwam een man aanhollen van het verste gedeelte der stad; hij zeide: “Omijn volk, volg de
boodschappers;
21. Volg hen, die van u geen beloning vragen en die goed geleid zijn.
22. En welke reden heb ik, dat ik Hem, Die mij schiep en tot Wie gij zult wordenteruggebracht, niet zou
aanbidden?
23. Zal ik anderen tot goden nemen naast Hem? Indien de Barmhartige kwaad metmij zou voorhebben,
zou hun bemiddeling mij niets baten noch kunnen zij mij redden.
24. Dan zou ik inderdaad in openlijke dwaling verkeren.
25. Ik geloof in uw Heer, luistert daarom naar mij.”
26. Er werd gezegd: “Ga het paradijs binnen.” Hij riep uit: “O, als mijn volkslechts wist,
27. Hoe mijn Heer mij vergiffenis heeft geschonken en mij tot een der geëerdenheeft gemaakt!”
28. En Wij zonden na hem geen schare (van engelen) uit de hemel neder (tot zijnvolk) noch zenden Wij
die ooit (op die wijze) neder.
29. Het was slechts een enkele kreet en ziet; zij waren als uitgeblust.
30. Wee, over de mensen: er komt geen boodschapper tot hen of zij bespotten hem.
31. Hebben zij niet gezien, hoeveel geslachten Wij vňňr hen hebben vernietigd,die niet tot hen
terugkeren?
32. Maar gewis, allen zullen tezamen voor Ons worden gebracht.
33. En de dorre aarde is voor hen een teken; Wij doen deze herleven en brengengraan uit haar voort,
waarvan zij eten.
34. En Wij hebben er tuinen van dadelpalmen en druiven aangelegd en Wji deden erbronnen
ontspringen,
35. Opdat zij van de vruchten daarvan mogen eten, en genieten van hetgeen hunhanden toebereiden.
Willen zij dan niet dankbaar zijn?
36. Glorie zij Hem, Die alles in paren schiep van hetgeen op aarde groeit en vanhen zelf en van hetgeen
zijn nog niet kennen.
37. En voor hen is de nacht een teken. Wij nemen de dag weg en ziet! zij zijn induisternis.
38. En de zon beweegt zich naar haar bestemming. Dat is het gebod van deAlmachtige, de Alwetende.
39. En voor de maan hebben Wij fasen bepaald tot zij als een oude tak van eenpalmboom wordt.
40. De zon mag de maan niet achterhalen noch kan de nacht de dag voorbijstreven.Zij zweven elk in
hun eigen baan.
41. En het is voor hen een teken, dat Wij hun nakomelingen in het geladen schipdragen.
42. En Wij zullen voor hen nog iets dergelijks scheppen, waarop zij zullenvaren.
43. En indien Wij willen, zullen Wij hen doen verdrinken, er zal dan voor hengeen helper zijn noch
kunnen zij gered worden,
44. Dan door Onze barmhartigheid en als tijdelijk genot (voor hen op aarde).
45. En wanneer er tot hen wordt gezegd: “Behoedt u tegen hetgeen vňňr u is enhetgeen achter u is,
opdat u barmhartigheid moge worden betoond.”
46. Maar er komt geen teken tot hen van de tekenen van hun Heer, of zij wendener zich van af.
47. En wanneer er tot hen wordt gezegd: “Besteedt van hetgeen Allah u heeftgeschonken,” zeggen de
ongelovigen tot de gelovigen, “Moeten wij hem voeden? Indien het Allah behaagdezou Hij hem hebben
kunnen voeden. Gij verkeert slechts in een klaarblijkelijke dwaling.”
48. En zij zeggen: “Wanneer zal deze Belofte worden vervuld, als gij de waarheidspreekt?”
49. Zij wachten slechts op een plotselinge straf die hen zal overkomen terwijlzij nog aan het redetwisten
zijn.
50. En zij zullen geen testament meer kunnen maken noch zullen zij tot hunfamilies terugkeren.
51. En de bazuin zal worden geblazen, en ziet! zij zullen zich vanuit hun gravennaar hun Heer haasten.
52. Zij zullen zeggen: “O wee ons, wie heeft ons van onze slaapplaatgen gewekt?Dit is hetgeen de
Barmhartige heeft beloofd, en de boodschappers spraken de waarheid.”
53. Het zal slechts een kreet zijn en ziet! zij zullen allen voor Ons wordengebracht.
54. En op die Dag zal geen ziel onrecht worden aangedaan, noch zult gij wordenbeloond, behalve
overeenkomstig uw daden.
55. Voorwaar, op die Dag zullen de bewoners van de Hemel in (een groot) werk hungeluk vinden.
56. Zij en hun echtgenoten zullen zich in de schaduw op tronen nedervlijen.
57. Zij zullen daar vruchten hebben en alles waar zij om vragen ontvangen.
58. Het woord van de Genadevolle Heer zal (klinken) “Vrede (vrede).”
59. (En Hij zal zeggen): “Houdt u op deze dag terzijde, o gij schuldigen.”
60. “Gelastte Ik u niet, o gij kinderen van Adam, dat gij Satan niet zoudtdienen, daar hij een openlijke
vijand van u is,
61. Maar dat gij Mij zoudt dienen?” Dat was het rechte pad.
62. Toch deed hij een groot gedeelte uwer dwalen. Hadt gij dan geen verstand?
63. “Dit is de hel waarmede gij werdt bedreigd.”
64. Gaat daar thans binnen, omdat gij haar placht te loochenen.
65. Op die Dag zullen Wij hun mond verzegelen, maar hun handen zullen tot onsspreken en hun voeten
zullen getuigenis afleggen van alles wat zij hebben bedreven.
66. En als Wij het hadden gewild, konden Wij het licht in hun ogen hebbengedoofd; dan zouden zij
zich naar het pad hebben willen haasten. Maar hoe konden zij zien?
67. En indien Wij wilden, zouden Wij hen op hun plaatsen hebben doen verstijvenzodat zij noch vňňr-
noch achteruit konden.
68. En wie Wij een lang leven schenken, doen Wij achteruitgaan in kracht. Willenzij dan niet begrijpen?
69. En Wij hebben hem (de profeet) het dichten niet geleerd, noch is het voorhem passend, dit is
slechts een vermaning en een duidelijke verkondiging;
70. Opdat de levenden mogen worden gewaarschuwd en opdat het oordeel tegen deongelovigen
gerechtvaardigd moge zijn.
71. Hebben zij niet gezien, dat onder de dingen die Onze handen gemaakt hebben,Wij vee hebben
geschapen, waar zij meesters over zijn?
72. En Wij hebben het aan hen dienstbaar gemaakt, zodat sommige rijdieren zijn,en sommige tot
voedsel strekken.
73. En zij hebben er voordelen van en dranken. Willen zij dan niet dankbaarzijn?
74. En zij hebben andere goden naast Allah genomen, hopende dat zij mogen wordengeholpen.
75. Dezen kunnen hen niet helpen maar zij zullen als een schare tegen hen wordengebracht.
76. Laat daarom hun spraak u niet verdrieten. Voorwaar, Wij weten wat zijverbergen en wat zij tonen.
77. Heeft de mens niet begrepen dat Wij hem hebben geschapen uit een levenskiem?Doch ziet, hij is
klaarblijkelijk een redetwister!
78. En hij zet Ons verhalen voor en vergeet zijn eigen ontstaan. Hij zegt: “Wiekan de beenderen doen
herleven als zij vergaan zijn?”
79. Zeg: “Hij, Die hen voor de eerste keer schiep zal hen doen herleven; Hijheeft kennis van de gehele
schepping.
80. Hij is het, Die uit een groene boom voor u vuur voortbrengt, en ziet, gijsteekt er (uw brandstof) van
aan.”
81. “Is Hij, Die de hemelen en de aarde schiep, niet in staat hun gelijken tescheppen?” Ja, inderdaad Hij
is de Schepper, de Alwetende.
82. Voorwaar, wanneer Hij Zich iets voorneemt is Zijn gebod slechts: “Wees”, enhet wordt.
83. Glorie zij daarom Hem, in wiens hand de oppermacht over alle dingen is! Entot Hem zult gij worden
teruggebracht.

Copyright © 2018 Islamya Anjuman Amsterdam
IBAN rekeningnr. NL36ABNA0445626836 t.n.v. Islamya Anjuman
Alle rechten voorbehouden
Ahle Sunnat Wal Djamaat


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu